Historie

 

In 1925 wordt aan de Emmastraat in Groningenhet RoomsKatholieke Ziekenhuis officieel geopend. Begonnen met slechts vier afdelingen, wordt het gebouw in de 35 jaar die volgen uitgebreid met nog eens zes afdelingen en een "zusterflat". Ondanks de uitbreidingen blijft de capaciteit onvoldoende, en in 1968 wordt een plan voor de bouw van een nieuw ziekenhuis aan de van Swietenlaan goedgekeurd. 
 

 

 

In 1979 is het nieuwe RKZ (het
tegenwoordige Martini-ziekenhuis) klaar, en het oude RKZ komt leeg te staan, lijdzaam wachtend op een
nieuwe bestemming...

De gemeente Groningen en een aannemer buigen zich inmiddels over de verschillende bestemmingsplannen die op tafel zijn gekomen, en dit leidt uiteindelijk tot een overeenkomst waarin voorzien wordt in sloop van het RKZ, waarna het terrein bebouwd zal worden met luxe koopwoningen. Dit plan wordt echter nooit definitief. .....

Een prachtig monumentaal pand, Gedoemd om gesloopt te worden en plaats te maken voor dure koopwoningen, in een tijd van grote woningnood... 

Na enkele maanden leegstand besluiten mensen vanuit onder meer de Kraak Organisatie Groningen (KOG) en de Groninger Studentenbond een daad te
stellen. In de nacht van twee op drie september 1979 melden zich twee mensen bij de nachtportier, en
weten hem bij de ingang weg te lokken. Vervolgens neemt een groep van zo'n honderd krakers bezit
van het Rooms Katholieke Ziekenhuis. Het grootste kraakpand van Nederland is een feit.

 

 

Al snel krijgt de tijdelijk bedoelde kraakactie een permanent karakter: het begin van 30 jaar collectief wonen in het ORKZ. In 1981 koopt de gemeente het gebouw op, dat op dat moment nog steeds eigendom is van "Stichting Onze Lieve Vrouwen Behoudenis der Kranken". Maar de plannen voor verbouwing komen moeilijk op gang. De toekomst van het ORKZ is zeer onzeker, tot in 1985 staatssecretaris Brokx het gebouw legaal bewoond verklaart en na overleg met de bewoners toestemming geeft voor een zelfbeheer-experiment voor de duur van vijf jaar. Het ooit gekraakte ziekenhuis is dan uitgegroeid tot een succesvolle en autonoom beheerd woonwerkpand, met onder meer een eigen bestuur, een onderhoudscommissie en een eigen technische dienst.